De meeste kinderen, jongeren en jongvolwassenen voelen zich af en toe bang. Dat past bij de normale ontwikkeling. Angst helpt ons om snel en adequaat te reageren wanneer de situatie daarom vraagt. In confronterende, bedreigende situaties reageren kinderen met angst, paniek en bezorgdheid. Maar soms voelen kinderen zich bang terwijl daar geen reden toe is. Wanneer angst onnodig is en ons belemmert in ons dagelijks leven kan dit de ontwikkeling van een kind belemmeren.

Hoe werkt angst eigenlijk?

Wanneer er sprake is van een dreiging, bijvoorbeeld wanneer je midden in de nacht gerommel hoort in huis, dan is het heel normaal dat er een zogenaamde “angst alarmbellen” afgaan. Stel je maar eens voor; je ligt in bed en je hoort beneden geluid. Wat denk je dan? Wellicht denk je aan een inbreker. Het is niet een bekend geluid, het klinkt rommelig en dus schrik je. Je hartslag gaat omhoog, je ademhaling verandert en je krijgt (automatische) angstige gedachten. Negen van de tien keer is dat alarm vals. Wanneer je gaat kijken, zal je zien dat het bijvoorbeeld de wind was van een open raam, of de kat die iets omver heeft gelopen.

Bij sommige kinderen, jongeren en ook volwassenen, neemt de angst de overhand. Waar je eerder misschien wel kon zeggen tegen jezelf: “joh, niks aan de hand”, is dat nu een stuk lastiger om te geloven. Ook al weet je wel dat er geen monster onder je bed zit, het voelt vaak alsof er toch iets bedreigends op komst is. De invloed die de angst dan kan hebben op jouw leven, heeft onder andere te maken met hoe jij omgaat met die angst. Vermijding, dus het uit de weg gaan van een situatie omdat het eng of spannend is, is een hele begrijpelijke reactie. In het begin helpt het waarschijnlijk voor jouw gevoel ook wel, maar op langere termijn kan de angst juist erger worden of zich uitbreiden.

Wanneer je echt heel erg bang bent, ga je vaak onbewust ook veiligheidsmaatregelen treffen om te voorkomen dat de ramp die je verwacht werkelijkheid wordt. Denk bijvoorbeeld aan het heel erg kort houden van een gesprek, zodat je daar geen verkeerde indruk kan maken. Wij noemen dit ook wel veiligheidsgedrag. Hierdoor maak je alleen niet mee dat er ook een goede afloop kan zijn; bijvoorbeeld een heel goed lopend gesprek. Er ontstaat een negatieve spiraal. Veiligheidsgedrag werkt de angst dus eigenlijk in de hand.

Hoewel angst in principe bij iedereen op dezelfde manier werkt, uit het zich bij iedereen anders. Verschillende dingen spelen mee in het ontstaan en verloop van angst en angststoornissen. Denk bijvoorbeeld aan erfelijkheid, opvoeding, je leeftijd, sociale steun, pest(verleden), ingrijpende gebeurtenissen en eenzaamheid.

Maar wat kun je nu doen om van angsten af te komen?

Gelukkige bestaan er goed werkende (zogenaamde evidence-based) manieren om van angst af te komen. Ongeveer ¾ heeft baat bij deze behandeling. Wij noemen deze behandeling met een moeilijk woord Exposure therapie. Om van je angsten af te komen is het (onder andere) belangrijk om enge situaties juist op te zoeken. Kernwoorden zijn hierbij vermijding doorbreken en veiligheidsgedrag afbouwen. Bijvoorbeeld door wel een vraag te stellen in de klas, of het reuzenrad in te gaan. Dat zal waarschijnlijk best heel spannend zijn in het begin, maar wanneer het dan toch lukt, zul je waarschijnlijk ontdekken dat niet gebeurt waar je bang voor was, dat het eigenlijk wel mee valt, of dat je meer kunt dan je denkt om met moeilijke situaties of problemen om te gaan.

Klinkt dat allemaal wat in de richting van ‘makkelijker gezegd dan gedaan’? Dat klopt ook wel. Wanneer je echt heel erg bang bent, word je vaak overspoeld door nare gevoelens. Vaak let je dan alleen nog op de dingen die niet goed gaan, of mis kunnen gaan. Hulp van je omgeving is dan vaak nodig om stap voor stap te oefenen, te leren zien wat je al kan en te vieren dat je stappen hebt gezet.

Lees hier welke verschillende soorten angst wij vaak tegenkomen