‘Ik durf de kapper niet te bellen, dat laat ik het liefst door iemand anders doen’

Deze uitspraak is typerend voor iemand met sociale angst. Sommige mensen zijn erg bang om negatief beoordeeld te worden door anderen. Zij hebben een heftige angst voor situaties waarin zij sociaal moeten functioneren, presteren en blootstaan aan het oordeel van anderen. Het gaat dan om situaties waarin iemand bang is zich op een bepaalde manier te gedragen. Ook kan iemand bang zijn om angstverschijnselen te vertonen, zoals blozen, trillen of zweten. Het gaat dan met name om het (mogelijke) negatieve oordeel van anderen. Bijvoorbeeld: ‘Als ik bloos dan vinden ze mij zwak’.

Veiligheidsgedrag, zelfgerichte aandacht en negatieve gedachten houden deze angst in stand. Wanneer jij een presentatie geeft en continu denkt dat jij aan het blozen bent, dan is er sprake van zelfgerichte aandacht. De aandacht richt jij op jezelf.

‘Het liefst wil ik 24/7 bij mama zijn’

Er zijn kinderen die overdreven bang zijn of zich veel zorgen maken wanneer zij niet bij hun ouders kunnen zijn of wanneer zij niet thuis kunnen zijn. Zij denken bijvoorbeeld dat er iets ergs kan gebeuren met hun moeder of iemand anders uit de familie. Wanneer deze kinderen toch weg moeten bij hun ouders, kunnen zij bijvoorbeeld hele erge buikpijn krijgen. Dit noemen wij ook wel separatieangst. Zij kunnen school heel eng vinden, omdat zij dan niet in de buurt van hun ouders zijn. Er is regelmatig sprake van slaapproblemen bij deze kinderen. Door deze angst lukt het hen bijvoorbeeld niet om te gaan logeren bij een vriendinnetje of om alleen te slapen. Ook kunnen zij zich al lang van tevoren druk maken over bijvoorbeeld een schoolkamp.

Ik durf zeker niet in de buurt van honden te komen’

Veel kinderen zijn angstig voor bepaalde dingen, zoals dieren, weersomstandigheden of vliegtuigen. Sommige kinderen zijn dan zo bang, dat zij intense angst voelen bij een confrontatie of de gedachte daaraan. Veel mensen, ook volwassenen, vermijden hulp zo lang mogelijk. Pas wanneer zij echt niet anders kunnen, bijvoorbeeld wanneer zij echt moeten vliegen, dan zoeken zij hulp.

Net als bij andere angststoornissen is exposure (oefenen met de spannende situatie) belangrijk. Door dit in kleine stapjes te doen, is het vaak niet zo eng als gedacht. De verwachte ramp komt waarschijnlijk niet uit.

‘Ineens raakte ik in paniek, zonder dat daar een reden voor was’

Soms zijn kinderen ineens heel bang. Dat is zonder dat daar een reden voor is. Zij hebben bijvoorbeeld last van hartkloppingen, een onbehagelijk gevoel, transpireren of een gevoel van ademnood. Dit kan samengaan met het gevoel van bijvoorbeeld gek worden. Er is sprake van een afgegrensde periode van intense angst die plotseling en snel komt opzetten. Na een paniekaanval kan je erg bang worden voor een volgende aanval. Doordat je die heftige angstgevoelens niet weer wilt krijgen, kan het zijn dat je plekken als bijvoorbeeld de bioscoop gaat vermijden. Door middel van cognitieve gedragstherapie kan je leren om te gaan met de angstige gedachten, waardoor deze waarschijnlijk zullen afnemen.

‘Ik ben bang voor veel dingen. Bijvoorbeeld storm en donker. Dan waait het hard, hoor je de wind heel goed en dan ben ik bang dat er bomen om kunnen vallen. Dan kan iemand gewond raken.’

Alle kinderen piekeren wel. Sommige kinderen doen dat zoveel dat ze er last van krijgen. Deze kinderen piekeren bijvoorbeeld over familie, gezondheid en school. Kinderen die veel piekeren, ‘algemene angsten’ hebben en er zoveel last van hebben dat het hun dagelijkse leven beïnvloed, hebben last van gegeneraliseerde angst. Vaak hebben deze kinderen een rusteloos gevoel, zijn zij sneller moe, hebben zij concentratieproblemen of slaapproblemen. Ook kunnen zij last hebben van spierspanning. Kinderen die last hebben van gegeneraliseerde angstklachten worden wel eens omschreven als ‘mini-volwassene’. Zij maken zich zorgen om grote mensen zaken, zoals de uitstoot van CO2 of oorlog. Wil je weten wat je kunt doen om met overmatige bezorgdheid om te gaan? Lees dan hier verder.

‘Ik moet altijd 3x controleren of de voordeur wel op slot zit’

Sommige kinderen hebben bepaalde beelden of gedachten in hun hoofd. Dat kunnen soms rare gedachten lijken. Deze beelden en gedachten blijven steeds terugkomen. Het lukt niet om deze te stoppen. Dat noemen wij ook wel dwanggedachten (obsessief-compulsieve stoornis). De gedachten of beelden kunnen over van alles gaan, bijvoorbeeld of de deur wel op slot zit of dat je onder de bacteriën zit. Dit kan het dagelijks leven behoorlijk verstoren.